Informatie fusie

We hebben elkaar voor het laatste gesproken over ons onderzoek naar een mogelijke scholenfusie op 8 november 2018. We hebben destijds ook beloofd u te blijven informeren.

Het heeft echter even geduurd. Daar zijn verschillende redenen voor, die we graag even aan u voorleggen. Natuurlijk willen we u tevens informeren over het vervolg van ons onderzoek.

Fusieregeling:
Een belangrijk argument om haast te maken met ons onderzoek waren de regels die opgenomen zijn in de fusieregeling van de Rijksoverheid. Toen we elkaar spraken voor de vakantie stond in de regeling dat scholen die voor 1 augustus 2019 fuseren, zes jaar lang konden rekenen op 100% extra bekostiging van de vaste voet.

Inmiddels heeft de Rijksoverheid besloten deze regeling te verlengen. Concreet betekent dit dat er meer tijd is om een gedegen onderzoek uit te voeren. Dat roept meteen de vraag op, of het wenselijk is dat we gebruik maken van deze tijd. Over deze vraag hebben we uitgebreid overleg gevoerd met de teams, het bestuur en natuurlijk met onze medezeggenschapsraden. We zijn tot de conclusie gekomen dat het verstandig is, om gebruik te maken van de
mogelijkheid om het onderzoek iets meer tijd te gunnen. Het bestuur heeft aangegeven dat we wat meer de tijd mogen nemen.

Projectplan:
Op dit moment wordt er hard gewerkt aan een vernieuwd projectplan. Welke onderwerpen willen bespreken? Wanneer willen we vooraf bepaalde mijlpalen bereiken? En op welke manier? Hoe houden we iedereen betrokken, geïnformeerd en aangehaakt? Al dit soort vragen nemen we mee in ons nieuwe plan. Natuurlijk sluit dit plan aan op ons verhaal van de ouderavond. Tijdens deze avond kwamen er een aantal onderwerpen duidelijk naar voren waar goed over nagedacht moet worden; de visie, de sfeer/cultuur en de identiteit van de fusieschool zijn belangrijke onderwerpen waar iedereen uitspraken over verwacht alvorens we kunnen bepalen of een fusie gewenst is.

Onderwijs:
We hebben tijdens de ouderavond al aangegeven dat ook de teams met elkaar in gesprek zijn. Dit gesprek gaat over alle zaken die te maken hebben met het reilen en zeilen van een school. Centraal in de discussie staat natuurlijk het onderwijs. Wat vinden wij goed onderwijs? Op veel punten zien we overeenkomsten tussen de beide scholen, die overigens beiden prima functioneren en scoren. Er zijn echter ook een aantal verschillen. We hebben besloten die verschillen met elkaar te onderzoeken om daar vervolgens samen een mening over te kunnen vormen.

IPC:
De komende weken gaan we samen een IPC thema draaien. IPC staat voor International Primary Curriculum. De naam verraadt al dat dit een internationaal bekende methodiek is en dus ook ontwikkeld wordt door mensen uit verschillende delen van de wereld. Binnen IPC wordt gewerkt met vaste leerdoelen en thema’s, samen units genoemd. Deze units staan uitgewerkt in een digitale omgeving, waar doelen vertaald worden naar concrete opdrachten. Wij kiezen ervoor IPC in te zetten bij de wereld oriënterende vakken. Denk aan;
aardrijkskunde, geschiedenis, burgerschapsvorming, techniek etc. Persoonlijke ontwikkeling is een belangrijke bouwsteen van IPC. Er wordt gewerkt vanuit 8
persoonlijke en sociale doelen die de basis vormen voor de ervaringen van de kinderen tijdens de lessen; onderzoek, aanpassingsvermogen, veerkracht, moraliteit, respectvol gedrag, communicatie, zorgzaamheid en samenwerking.

Het werken aan persoonlijke ontwikkeling krijgt een steeds prominentere rol binnen het curriculum van een basisschool. Wanneer we bedenken dat we in een tijd leven waarin technologische ontwikkelingen in hoog tempo plaatsvinden en ons dagelijks leven verregaand beïnvloeden, is het erg lastig om te bedenken welke kennis we aan onze kinderen willen overbrengen. Welke kennis heeft een leerkracht, die niet te vinden is op Google? We kunnen de kinderen echter wel leren om te gaan met deze veranderingen.

Concreet betekent dit dat we de kinderen instrueren wanneer ze iets niet weten of kunnen, er is namelijk geen andere manier om te leren over de dingen die je niet weet. Vervolgens is het zaak dat we de kinderen leren die kennis en vaardigheden in te zetten. Dit leidt tot ontwikkeling. In vakjargon wordt gesproken van; formeel, informeel en non-formeel leren. Wanneer er sprake is van een setting die gericht is op leren, spreken we van formeel leren. De leerkracht die instructie geeft, een ouder die helpt bij het huiswerk of de voetbaltrainer die een training geeft. Het informeel leren gebeurt in een spontane setting. We hebben allemaal met mes en vork leren eten zonder daarvoor op les gaan. Het non-formeel leren is van toepassing op alle situaties waarin we iets ‘per ongeluk’ leren of ontdekken. Zo zijn we allemaal met bepaalde emoties in aanraking gekomen, maar ook sommige belangrijke uitvindingen zijn op deze manier ontstaan.

Om een goede invulling te kunnen geven aan het totale spectrum waarin geleerd wordt, is het zaak goed met elkaar samen te werken. Sommige vormen van leren typeren een school, of een kinderopvang, waar andere vormen thuis of elders invulling krijgen. Het gesprek over goed onderwijs, met de ontwikkeling van kind naar volwassene als uitgangspunt zal oneindig zijn. Om deze discussie te voeden moeten er nieuwe ervaringen en inzichten worden opgedaan. Samen een IPC-unit vormgeven is nu een logische stap om daarna samen een mening te vormen over wat goed onderwijs zou moeten zijn voor onze kinderen.

Namens de schoolteams en met vriendelijke groet,
Olga Ophof en Dennis Lindelauf
Media
  • Info klein